<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0">
<channel><generator>iloblog 1.0</generator><title>Filosoferen met kinderen Feed</title><link>http://allesisrond.fabienvankempen.nl/</link><description>&lt;p&gt;Filosoferen stimuleert de denkvaardigheden, sociale vaardigheden en de taalontwikkeling én het is gewoon erg leuk. &lt;/p&gt;
</description><item><title>Verhuisd!</title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=32</link><description><![CDATA[ Dit blog is verhuisd naar:  www.filosofiejuf.nl   
 ]]></description><pubDate>Mon, 23 Apr 2012 12:36:58 +0200</pubDate><category>Lessen filosoferen</category></item><item><title>Tuimelend naar verdieping</title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=31</link><description><![CDATA[  Langs een bergwand naar beneden klimmen vergt concentratie
en aandacht. Je moet goed kijken of er inhammen of uitsteeksels zijn die je
kunt gebruiken om af te dalen. Je kijkt vooruit om te zien langs welke route je
het meeste houvast hebt. Soms valt dat tegen, maak je een verkeerde
inschatting, moet je een stukje terug en langs andere uitsteeksels en inhammen
een weg vinden. Natuurlijk zit je vast aan een life line. Raak je uit je
concentratie dan loop je het risico een stuk naar beneden te tuimelen zodat je
terug omhoog moet naar het punt waar je uitzicht had op een goede route.   

 Met filosoferen gaat dat net zo. De tocht naar verdieping
vergt concentratie en aandacht. Elke stap is een gevolg van de vorige stap dus
je moet je aandacht er goed bij houden om niet mis te stappen, naar beneden te
tuimelen en terug naar af te moeten. Concentratie en aandacht is essentieel.
Een grapje tussendoor, leuk, maar het betekent vaak dat je weer even terug moet
om de goede route weer in je hoofd te krijgen. Vijf grapjes tussendoor betekent
dus vijf keer terug omhoog klimmen. De afdaling gaat een volgende keer weliswaar
iets makkelijker en vlugger, maar toch begin je ook steeds een beetje opnieuw.
Tien grapjes wordt dan al snel vervelend. Twintig grapjes echt hinderlijk.
Vooral voor de gespreksleider die de hele groep weer over op de juiste afdaling
moet zien te krijgen.  

 Dat maakt filosoferen met pubers tot hard werken. Pubers
willen namelijk graag laten zien hoe gevat ze zijn. Heel lollig, maar de hele
groep is dan weer uit zijn concentratie. En ik, als gespreksleider, dus ook. En
toch, als het via deze omwegen en keer op keer terug naar af evengoed lukt om
te verdiepen en uit de afronding blijkt dat het gesprek ondanks het vele getuimel
een nieuw licht op het onderwerp heeft geschenen, ja, dan ben ik toch wel
tevreden. En moe. Dat ook.  
 ]]></description><pubDate>Mon, 16 Apr 2012 11:04:36 +0200</pubDate><category>#FAIL</category></item><item><title>Gewoon doen waar je zin in hebt</title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=30</link><description><![CDATA[ Ergens in oktober deelden mijn docenten van mijn studie 'gespreksleider filosoferen met kinderen' mij mee dat ik ook een  eindwerkje  moest maken. 'Een filosofisch  onderzoekje  over een thema dat je boeit.' Dat 'je' komt dus niet van mij. Zelfs in mijn boeken voor jonge kinderen ben ik niet van het verkleinen.   Goed, een eindwerkje dus, dat klinkt toch heel lieflijk en als 'zo klaar'. Leuk, dacht ik. Het thema moest wat mij betreft iets met lezen of taal zijn en ik begon maar eens met het lezen van taalfilosoof Wittgenstein. Al lezende begon ik mij toch af te vragen wat het 'eindwerkje' nu precies in hield.   Een soort scriptie? 'Nee, het moest geen academisch opstel worden.' Een paper dan? 'Nee, zo wetenschappelijk hoeft het echt niet te zijn.' Overpeinzingen? 'Nee, niet zo persoonlijk.' Wat het nou eigenlijk wel moest worden werd maar niet concreet. Dus besloot ik maar gewoon te doen waar ik zin in had.   Het moest een filosofische beschouwing op leesbevordering in het onderwijs worden, bedacht ik. Al schrijvende kwam ik tot de conclusie dat ik een essay aan het produceren was. Zorgelijk, want had ik me niet ooit voorgenomen nooit een essay te gaan schrijven? Wegens veel te saai en stoffig! Maar het blijkt dat de combinatie van onderzoeken, informatie verzamelen, daar over schrijven en zo tot allerhande inzichten te komen die ook weer uiteengezet moeten worden me uitstekend bevalt. Zo goed dat ik helemaal doorsla. Ik heb wat van Wittgenstein gelezen, Gadamer, Augustinus, Saussure en Derrida. Door het werk van deze filosofen kwam ik ook op het spoor van Heidegger, Russel en Schleierermacher die ook een interessant licht op de kwestie konden werpen. En natuurlijk hebben filosofen uit de klassieke Oudheid ook...  Maar dat kan natuurlijk niet. Dan wordt het eindwerkje een eindwerk en één ding waren de docenten erg standvastig in: het moest een  eindwerkje  worden. Met vijf filosofen blijkt mijn beschouwing al veel te lijvig. Zo blijkt dat ook voor een essay geldt: schrijven is schrappen. Schrappen tot het een werkje is. Door te schrappen op zoek naar de essentie. Een behoorlijk filosofisch en arbeidsintensief  klusje .  
 ]]></description><pubDate>Sun, 15 Apr 2012 23:34:03 +0200</pubDate><category>Denk zelf, lees zelf!</category></item><item><title>Poeppraatjes</title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=29</link><description><![CDATA[  Een filosofisch gesprek begint altijd met een vraag. Een
vraag die uit de groep moet komen want de kinderen moeten eigenaar van het
gesprek zijn en blijven. Elke les krijgt elk kind de gelegenheid om naar
aanleiding van de stimulus vragen te stellen en dan kies ik er een uit om over
te praten. Ook laat ik de kinderen regelmatig stemmen. Dat pakt niet altijd uit
zoals ik het graag zou willen. Zo zat ik dus ineens opgescheept met de vraag: 

 ‘Waarom
vinden mensen poep niet lekker, want het is gewoon verteerd eten?’  



 Dat
vond ik nou net de minst filosofische vraag van die dag en wat ik vooral jammer
vond is dat we nu de prachtige vraag: ‘Zijn een boom en een blaadje bevriend?’ moesten
laten liggen. Die was filosofisch en poëtisch bovendien.  



 Maar ja, ik had nu eenmaal gezegd dat ze zelf mochten
stemmen dus ik vond het flauw om nu te zeggen: ‘nee, deze doen we niet.’
Bovendien, op zich is de vraag best interessant. Het is alleen dat hij zo
uitnodigt tot vieze praatjes.  

 Inderdaad
werden er een hoop vieze details gedeeld maar toch dachten de kinderen echt
serieus na over de kwestie.  



 Eline:
stel je koopt allemaal lekkere dingetjes, bloemkool, eiersalade, worst,
croissantjes en dan maak je er met een stamper een prutje van en dan doe je er
nog water doorheen. Kijk, dat is toch ook goor, maar dat eet ik liever dan
poep.  



 Hanna:
ik denk dat het komt omdat het heel vies ruikt, en als het heel vies ruikt dan
wil je het echt niet eten.      



 Eline:
maar je proeft ook met je neus. Stel poep stinkt heel erg maar het smaakt heel
lekker? De meeste mensen hebben poep nog nooit geproefd.  



 Hanna:
je neus is met je mond verbonden. Meestal als ik iets ruik, dan proef ik het
ook een beetje.  



 Dat
ruiken en proeven nauw verbonden zijn is nog geen bevredigend antwoord voor de
kinderen. Er zijn namelijk genoeg dingen die vies ruiken en toch lekker smaken.
Zo wordt vis, bloemkool en spruitjes als voorbeeld genoemd. De kinderen
ontdekken al snel dat dit ook heel smaak gebonden is. Maar poep dat eet toch
echt niemand. Dat heeft niets met smaak te maken maar waarmee dan wel? De
kinderen kwamen er niet uit. Nu kon ik hierover door gaan zagen of nog even
experimenteren met die mooie vraag over vriendschap. Het werd het laatste al
hadden we nog maar vijf minuten.  



 Zijn
een boom en een blaadje bevriend? 



 Hanna:
ik denk het wel, anders zaten ze niet bij elkaar. Maar ze kunnen niet denken,
dus dat weet ik nog niet helemaal zeker.  

 Boudewijn:
nou, katten praten niet zoals wij, dat wij het kunnen horen want Marijn kan nu
horen dat ik nu praat maar katten praten volgens mij met zintuigen en niet met
hun gemauw dus bij een boom kan dat misschien ook wel zo zijn. Maar een kat
heeft wel een neus en een mond en zintuigen en een boom heeft dat niet.      

 Hanna:
eigenlijk is de boom de moeder of de vader van de blaadjes. Met zijn wortels
zuigt hij sap uit en dat geeft hij aan zijn blaadjes en in de herfst kan hij
niet meer zorgen voor die blaadjes en dan laat hij ze los.  

 Tara:
in de herfst lijkt het wel of de boom de blaadjes haat. Maar ik weet het
eigenlijk niet want ze hebben ook geen gezicht of zo dat je kan zien of hij
blij is of niet. Hij kan ook niet met de blaadjes praten. 



 In
nog geen vijf minuten lagen er een paar prachtige thema’s op tafel: 

 – Wat heb je nodig
om vrienden te kunnen zijn? 

 – 
Kunnen
bomen en dieren praten oftewel wat is praten? 

 – Is loslaten een
vorm van haten (of liefde)? 



 Er
werden trouwens niet alleen mooie dingen gezegd, iedereen was ook met zijn
volle aandacht bij het gesprek. Er werd diep nagedacht en goed geluisterd naar
de ander. Deze vraag had alles in zich voor een mooi gesprek.  



 Gelukkig
zagen de meeste kinderen ook in dat het tweede gesprek filosofischer was (zou
worden) dan het eerste. En zo kon ik in deze les die over ‘het stellen van
goede vragen’ ging aantonen hoe belangrijk een goede startvraag is.  

 Dat
wist ik natuurlijk allang. Een les voor mij was er toch ook. Wat ik wel
aanvoelde maar niet in de praktijk bracht is dat democratie niet altijd het
antwoord is.  

 Dus die mooie vraag die komt beslist in een andere les terug. Dat beslis ik gewoon, heel
ondemocratisch.  
 ]]></description><pubDate>Sat, 14 Apr 2012 08:23:09 +0200</pubDate><category>#FAIL</category></item><item><title>Bloemkool, hoe gaat het met je?</title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=28</link><description><![CDATA[  

 Margriet: Is het
leuk om opgegeten te worden? 

 Eline: hoe is
het om verteerd te worden? 

 Mak: hoe voelt
het om door de toilet gespoeld te worden als je bent uitgepoept? 

 Hanna: hoe is
het om gekookt te worden? 

 Meinte: hoe
voelt het om een bloemkool te zijn? 

 Marijn: hoe is
het om in de grond te groeien? 

 Marijn: heb je
hersens? 

 Boudewijn: hoe voelt
het om van zaadje naar bloemkool te worden? 

 Eline: hoe voelt
het om in stukken gescheurd te worden voordat je de pan ingaat? 

 Tara: hoe voelt
het om in de koelkast te liggen? 

 Jente: hoe warm
is het in de pan? 

 Hanna: hoe voelt
het om geprut te worden als je in de soep moet.    Eline: hoeveel beestjes wonen er onder de grond?  

Raar? Nee hoor, het is helemaal niet raar om vragen te stellen aan een bloemkool. En ook niet om vragen te stellen aan een boom, of een allesweter, of jezelf. Vragen helpen je vooruit. Zeker als je het verschil weet tussen soorten vragen.   - zintuigvragen - kennisvragen - interviewvragen - filosofische vragen  Bovengenoemde middenbouwers kunnen je nu haarfijn het verschil uitleggen. Mocht je het zelf even niet weten, vraag er gerust naar...  
 ]]></description><pubDate>Fri, 13 Apr 2012 11:44:34 +0200</pubDate><category>Opmerkelijke vragen</category></item><item><title>Denken over denken </title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=27</link><description><![CDATA[ Marijn (8):
'Je hebt beelddenkers en stemmetjesdenkers en woorddenkers en allesdenkers.'    Jente (8):
'Sommige sommen heb je gewoon al in je hoofd en dan is het antwoord er gewoon,
bijvoorbeeld 10+10=20.'    Meinte (8): 'Bij mij gaat het dan gewoon van: Pling. Pling. Pling.' 



 Marijn (8):
'Ik heb een kaartje in mijn hoofd en daar staan alle
sommen op. Sommen die ik uit mijn hoofd weet en dan kijk ik op dat kaartje.' 





 Eline (8): 'Volgens mij zit er een beestje in je hoofd want er zitten 1000 miljoen
beestjes in je lijf. Dat zijn goeie bacteriën.'  





 Hannah (7):
'Eigenlijk vind ik dat je alleen met je hoofd kan denken want ik denk ik ga nu
op de computer en ik denk ik druk op dat knopje.'    Boudewijn (8): 'Je denkt ook met je darmen, want die zeggen wanneer je moet poepen.'  Mak (7): 'Met je neus kun je ook denken, als je moet niezen.'   Eline (8): 'Als
je opa of oma is overleden dan denk je 'ik wil er niet meer aan denken', maar dat
kan niet.' Hannah (7): 'Het leven zou veel makkelijker zijn als je de baas was over je denken. Dan
kun je beter leren op school want als je iets niet goed uit je hoofd krijgt, kun
je niet goed leren. Als je dat wel kan, van nu denk ik alleen aan die sommen, dan leer je
veel beter.   Na een half uur diep denken over denken schrijven de kinderen op wat volgens hun een gedachte is. (klik voor een vergroting)         Uit de lessenserie 'Denkpark' voor de middenbouw met verwerkingsopdrachten die eindigen in een 'filosofie-expositie'.     
 ]]></description><pubDate>Wed, 04 Apr 2012 11:08:26 +0200</pubDate><category>Lessen filosoferen</category></item><item><title>Rekenen? Nergens voor nodig</title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=26</link><description><![CDATA[ Soms stel je een vraag en kun je daarna lekker achterover leunen:     Ooit in een ver verleden zijn mensen begonnen met het tellen en meten van dingen. Waarom?   Thomas: 'Misschien omdat als je een
brood ruilt of zo dan wil je weten of dat wel eerlijk is.'   Vera: 'Als je je geld gaat tellen
dan wil je weten of je iets kan kopen.'  



 Tom: 'Waarom moeten we eigenlijk op
school rekenen. Dat hoeft van mij niet.'     Anna: 'Nou, om te tellen. Het is
handig als je bijvoorbeeld een bos wil planten en je wil 36 bomen planten in dat bos,
dan doe je 6x6. Dat ziet er dan mooi uit. Dan moet je wel kunnen rekenen.' 



 Tom: 'Wat maakt het nou uit of er een
boom meer of minder is.' 



 Eris: 'Nou als je in een flat naar de
21e verdieping moet dan moet je wel kunnen tellen hoeveel je er
omhoog bent.'  



 Tom: 'Daarvoor hoef je toch niet van
die moeilijke sommen te doen.'  



 Anna: 'Die zijn misschien handig voor later en je een baan hebt en je een
budget moet uitrekenen voor de bouw van een gebouw, wat alle materialen kosten.'
 



 Tom: 'Dan pak je toch een
rekenmachine.' 



 Eris: 'Je moet wel snappen wat voor
som je moet maken en iemand moet die rekenmachine maken en weten hoeveel het
is. Misschien vind je het niet leuk om te doen maar je wilt wel geld krijgen
maar dat krijg je pas als je moeilijke sommen uitrekent.' 



 Tom: 'Dan ga je op school leren hoe je
met een rekenmachine om moet gaan.' 



 Jasmijn: 'Dat weet je eigenlijk niet
eens wat rekenen is want dan heb je het nog nooit gedaan. Dan weet je ook niet
wat 1+1 is.'  



 Tom: 'Dan druk je dat toch in en dan
weet je het antwoord.' 



 Jasmijn: 'Maar als je niet kan rekenen
en je drukt per ongeluk 1+2 in en dan zie je 3 dan denk je dat het klopt.' 



 Eris: 'Dan verdien je dus echt geen 100 euro om
je rekenmachine te kopen.'  



 Roeland: 'Ja, en die 100 euro moet je
eerst ook tellen.' 



 Jasmijn: 'Dus kortom je moet kunnen
rekenen.' 

'I rest my case', moet Jasmijn gedacht hebben. En ik? Ik had er niets aan toe te voegen.   ---------------------------  Dit gesprek ontstond tijdens een les over ontelbaarheid. Wil je ook eens filosoferen met een groep kinderen? Deze filofofieles over ontelbaarheid bied ik gratis aan - een kant-en-klaarpakketje waar iedereen mee aan de slag kan. Mail naar: info@fabienvankempen.nl  
 ]]></description><pubDate>Fri, 30 Mar 2012 19:44:17 +0200</pubDate><category>Opmerkelijke antwoorden</category></item><item><title>Een zaadje waar iets moois uitgroeit</title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=25</link><description><![CDATA[  Deze week startte ik een nieuwe filosofiegroep op de
Boerhaaveschool in Groningen. Negen jongens en meisjes uit groep 4 en 5. Om uit
te leggen wat filosoferen is begon ik met een zintuiglijke ervaring.    Dat klinkt erg vaag, abstract en onduidelijk en dat is opzet. De oefening moet namelijk geheim blijven. Als iedereen hem al kent voordat ik op een school geweest ben, moet ik
immers wat anders gaan verzinnen. Dat zou jammer zijn want het is zo’n leuke oefening.
Dat vonden de kinderen ook. Leuk, spannend, raar een beetje eng maar ook
lekker!  

 Eline (8) vroeg of we elke les zoiets zouden doen. Dat is
dus zo. ‘Elke les begint met een stimulus die je aan het denken zet,’ leg ik
uit. Stimulus klinkt al net zo vaag als zintuiglijke ervaring en dit keer ligt het niet in mijn bedoeling vaag te zijn. Ik probeer het dus goed uit te leggen aan de kinderen. ‘Oh,’
zegt Hannah (7) na mijn verhaal, ‘dus dat is eigenlijk een soort zaadje waar
iets moois uitgroeit.’  

 Ik had het niet mooier kunnen omschrijven.     Interesse in een kennismakingsles? Dat kan, al kan ik niet
precies vertellen waar de les begint of eindigt. Dat mogen de kinderen mij
uitleggen. Mail: info@fabienvankempen.nl 
 ]]></description><pubDate>Fri, 30 Mar 2012 14:13:19 +0200</pubDate><category>Lessen filosoferen</category></item><item><title>De meest onzinnige regel ooit</title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=24</link><description><![CDATA[ Huiswerkopdracht: bedenk wat je de meest onzinnige regel ooit vindt.  

 Het resultaat:     
Uit deze lijst werd vervolgens de meest onzinnige regel der onzinnige regels gekozen.  
 Elke ochtend en elke middag de juf een hand moeten geven kwam zeker in aanmerking.  Maar de regel dat je je vinger niet mag opsteken als de juf iets uitlegt werd net wat onzinniger gevonden, want wanneer moet je dan ooit je vraag stellen?!   Goeie vraag... Wie het weet, mag het zeggen.  
 ]]></description><pubDate>Mon, 26 Mar 2012 12:27:31 +0200</pubDate><category>Lessen filosoferen</category></item><item><title>Ja, ook jij bent een holbewoner!</title><link>http://iloapp.fabienvankempen.nl/blog/allesisrond?Home&amp;post=23</link><description><![CDATA[   ‘Een tangle is meer dan alleen speelgoed’ staat er in
een reclametekst op  toysforhands.com.  Dat kan ik beamen na
een filosofieles met bovenbouwers over de begrippen begin en einde.  

 Wat deed de tangle in deze les? Het antwoord daarop
vind je in dezelfde reclametekst: ‘ Het  heeft geen begin en geen eind, het
blijft voortdurend in beweging.’ Daarom dus wierp ik het net als de kastanje en het
pollepelpoppetje in de kring met de vraag: waar begint dit voorwerp en waar
eindigt het?    

 Door
deze voorwerpen was de evolutietheorie al uitgebreid aan bod gekomen maar
Marjorie leidde met haar opmerking het gesprek een hele andere kant op: ‘Je
kunt dat wriemelding in stukjes opdelen en elk stukje heeft zijn eigen begin.’ 

 Dit
klonk als het begin van iets interessants. Zou dit ook gelden voor het
pollepelpoppetje en de kastanje?  

 ‘Voor
de pollepel wel,’ zei Anna, want je hebt het hout van het lijf en de wol van
het haar bijvoorbeeld.’  

 ‘De
kastanje,’ vond Roeland, ‘die kan je platstampen en dan heb je meerdere
stukjes.’  

 En
hoe zou het met de mens zitten?  

 ‘Wij
zijn eigenlijk al een stukje,’ bedacht Anna, ‘een stukje van de mensheid. En die
kastanje, als je die kastanje door midden deelt, dan hebben die twee stukjes
eigenlijk hetzelfde DNA en als je mij doormidden doet dan hebben mijn twee
stukjes ook hetzelfde DNA. Maar die pollepel, als je het haar eraf haalt dan
heeft dat een ander iets soort DNA dan die pollepel.’  



 Eris:
‘Ik denk wel dat Anna gelijk heeft, want al die stukjes hebben hetzelfde DNA.’ 



 Marjorie:
‘Maar je bent toch nooit helemaal gelijk? Je ene oor is toch niet precies
hetzelfde als je andere oor?’  



 Jasmijn:
‘Dan is dit oor van mijn moeder en dit oor van mijn vader.’  



 Marjorie:
‘Of van je opa.’ 



 Thomas:
‘Maar je hebt toch twee opa’s?’  



 Roeland:
‘Misschien is het wel het DNA van een aap.’ 



 Eris:
Technisch gezien is dat wel zo, maar ook een beetje DNA van jezelf want
bijvoorbeeld:  

 Mijn
moeder heeft DNA1 en mijn
vader heeft DNA2 en
ik heb DNA3 en daar zit DNA1 en DNA2 ook in.' Ze maakte bij haar theorie een tekening
op het bord die er ongeveer zo uitziet:  



 Thomas:
‘Welk nummer DNA ben ik dan? Want de eerste mens is DNA1 maar daarna kwam nog
zoveel.’  



 Jasmijn:
‘En ik heb bijvoorbeeld nog een broertje, wat heeft die dan voor nummertje? Dan
heb je toch ook DNA1 + DNA2, dat is toch ook 3 dan zijn we toch allemaal 3?’  



 Anneloena:
‘Zou het DNA van je opa er dan ook nog bij zitten?’ 



 Anna:
‘Ja, want al die DNA’s bij elkaar is dan weer een nieuw rondje.’  



 Roeland:
‘Eigenlijk heb ik dan dus ook DNA van een holbewoner?!’  



 Deze
opmerking moest even landen. De hele groep keek diep peinzend voor zich uit.
Het is dan ook best schokkend om je te realiseren dat je ook een stukje
holbewoner in je hebt.  
 ]]></description><pubDate>Fri, 23 Mar 2012 08:58:15 +0100</pubDate><category>Opmerkelijke antwoorden</category></item></channel>
</rss>
